Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska - Vuurland : VERENIGDE STATEN

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/overzicht3_route_us-1.jpg

 

Dag 11 (zondag 20 augustus 2017):

Radium Hotsprings CAN > Kalispell US 350km(4320) 7u

Overnachting in Kalispell Fairbridge Inn

 

Vandaag had ik nog wel een uurtje langer in bed willen blijven liggen, maar de blog roept. Als ik deze niet trouw aanvul, lukt het al gauw niet meer.

Ontbijten en opkrassen, en tussendoor een telefoontje van mijn jongste dochter Audrey, net 26 geworden.

 

Het is koud om aan te zetten: slecht 8 graden. Eerste doel is 'Kootenay House', een naam die bij mij toch meer verwachtingen schept dan ik uiteindelijk te zien krijg: een afgebakende wei met een tekeningetje van hoe het er hier 140 jaar terug moet uitgezien hebben. Onderweg zie ik echter wel mooie landschappen

 

 

Kenmerkend voor de reis tot nu toe is zeker de prettig gestoorde afval, zoals afgedankte autos en ander oud roest, die hier overal als uithangbord en zelfs als publiciteit aan de ingang van vele eigendommen staan.

 

 

De volgende etappe is het Windermere Valley Museum, dat op dit vroege zondagmorgen-uur nog gesloten is, maar toch redelijk goed van buitenaf te bezoeken is, want er zijn reconstructies van een aantal historische gebouwen.

 

 

De Fairmont Indian baths zijn dan wl een voltreffer. Het gebouwtje zelf met oude? originele? badkuipen in de grond ingewerkt is niet veel soeps. Het cht warme water, dat op deze koude ochtend over de rotsen heen loopt, en daar gedurende de laatste honderden jaren marmerachtige kalkafzettingen heeft achtergelaten, is dan wel een bijzondere ervaring om door je vingers te laten glijden.

 

 

De weg gaat verder zuidwaarts langsheen de Columbia River, die hier door haar kleine verval grote delen van de vallei onder water zet: de Wetlands.

 

 

Fort Steele is te vergelijken met Bokrijk, maar heel wat kleiner.

 

 

Leuk is wel dat er mensen aanwezig zijn die oude ambachten en het dagelijkse leven van toen weer even tot leven trachten te brengen.

Het zijn vaak studenten die hier een stuiver trachten bij te verdienen, zoals Louise, studente Geneesunde, die hier tegelijkertijd haar hobby, portretfotografie uitoefent.

 

 

Ook ouderen kunnen hier hun hobby uitoefenen, zoals het naaien van historische kledij, maar dan wel met moderne naaimachines. Mama, kijk je mee?

 

 

En nog een winkeltje zoals dat van de tantes uit Berchem:

 

 

Cranbrook bezoek ik maar heel even al rijdend. Het stadje heeft eerder weg van een meubelboulevard dan van een levende gemeenschap. Ik passeer langs het kleine treinmuseum waar wat locomotieven en wagons naast twee oude spoorwegstations staan.

 

De douane tussen Canada en de Verenigde Staten doe ik op een drafje. Eerst bij de Canadezen een stempel gaan halen om mijn motor uit te klaren. Dat duurt slechts 1 minuut. Ik zie onze groep in de verte staan. Maar tussen hen en mij staan nog tientallen auto's. Ik steek ze allemaal voorbij en vervoeg mijn reisgenoten. Twee uur aanschuiven gespaard! Dan is het snel aan mij. Maar... de douanier zag vermoedelijk al die Russische stempels in mijn paspoort, en ik moet eerst aan een grondige controle onderworpen worden. Ik moet daarvoor naar binnen, wordt vriendelijk ontvangen, maar moet verdorie wel drie minuten wachten vooraleer ik mijn paspoort terug krijg en ik kan verder rijden. (Bert is alweer over mijn schouder aan het meelezen terwijl ik dit schrijf. Ik heb er geen bezwaar tegen.)

 

Gerelateerde afbeelding

 

Mijn reisgenoten is het anders vergaan. Zij deden er allen meer dan twee uur over. Ik mag toch ook wel eens een meevaller hebben, h?. nnnn... de laatste in de rij profiteert natuurlijk ook van de routine die de beambten ondertussen opgedaan hebben.

 

We gaan bijna met zijn allen samen gaan lunchen op een terrasje even verderop. Ik ga daarna als eerste de weg weer op, omdat ik Eureka wil bezoeken.

 

Het weer is ondertussen prachtig, zij het nu en dan wat winderig. We hebben de eerstkomende week geen regen te verwachten op onze route.

 

In Eureka bezoek ik het Tobacco Valley Historical Village, met eerst een bezoek aan een ruimte waar oude spulletjes als in een winkel uitgestald staan.

 

 

Daar ontmoet ik de lieve Madelon, een dame die als vrijwilliger in het museum werkt. Zij is een gepensioneerde weduwe, opgegroeid in Nederland, maar hier gekomen door haar huwelijk met een Amerikaan, die kort geleden veel te vroeg overleed. Zij vertelt over het museum en over haar verblijf in deze dorpsgemeenschap. Ze geeft mij enkele goede tips voor mijn route van morgen, want er zijn onderweg wel problemen te verwachten door blokkades omwille van overmatige rookontwikkelingen in de buurt van de bosbranden. Zlf wil ze niet op de foto.

 

Ik bereik Kalispell zwetend maar zonder kleerscheuren. Nog even de ketting van de motor smeren, en dan op stap. Zoals van te voren gepland maak ik een mooie wandeling door het historische hart van Kalispell. Kalispell ontstond destijds rondom de spoorweg en het station. Daarvan merk ik niet veel, maar de architectuur is interessant, zowel het centrum als de oude woonwijk er rond. En de kerken ! Niet zozeer bezienswaardig, als wel verwonderlijk dat er hier zoveel soorten bestaan. De 'Freshlife Church' is er zo eentje van, met als inkom een cafetaria+winkeltje. Mijn interesse trekt de aandacht van een dertiger met zijn zoontje die net de deur van het zaakje opent. Hij geeft mij wat uitleg, maar kan mij toch niet overtuigen van de zuivere religieuze onbaatzuchtige achtergrond van gans dit zaakje. Welke kerk kan dat trouwens wl?

 

 

In de woonwijk staan kleine pareltjes van Amerikaanse historische architectuur.

 

 

Avondeten bij de Mexicaan rechtover het hotel. Ik vervoeg Leo en Ellie. Ze doen het relaas van hun wedervaren vandaag. Een kleine off-road excursie samen met Bert, Fons, Johan en Hans is niet goed afgelopen toen de weg doorheen een riviertje liep. Geen brokken of kleerscheuren, maar toch geen leuke ervaring, en beide hebben besloten het wat kalmer en voorzichtiger aan te doen. We besluiten om morgen samen naar Bozeman te rijden.

 

Dag 13 (dinsdag 22 augustus 2017):

Bozeman US > Alpine US 580km(5600) 11u

Overnachting in Alpine Flying Sadle resort

 

Heerlijk geslapen in een zeer zacht bed. (Ik had op gans de reis nog geen enkel slecht bed). Om zeven uur gaan ontbijten. (Terwijl ik dit schrijf zitten we 's avonds in het restaurant in Alpine en is Ellie aan het meelezen.)

 

Ik heb met Dafne afgesproken om vandaag een stuk af te snijden langs een onverharde weg doorheen de Gallatin Forrest: de 'Trail Creek Road'. We vertrekken stipt om 8 uur, en kiezen na 15 minuten highway de afslag naar Tail Creek. Enkele kilometers verder gaat de asfaltweg over in gravel. Je kunt dit min of meer vergelijken met het Preutelstraatje in de jaren '60, maar dan wat breder en stoffiger. Zachtjes pruttelen we voorbij twee ruiters te paard. Ik stop en neem ze van ver op de foto.

 

 

Dafne gaat er naar toe en vraagt of ze hen mag fotograferen. Het is een ouder koppel dat hier sedert 52 jaar elke dag te paard uitstapjes maakt. Ze groeiden hier beide ter plaatse op. Mijn helmcamera stond per ongeluk nog aan. Ik moet die opnames nog eens beluisteren.

 

We rijden verder en bereiken na een half uurtje Paradise Valley, gevormd door de Yellowstone River, die hier Noordwaarts stroomt en zich gaat uitstorten in de Missouri River. Aan de ingang van het Yellowstone Park zet ik ditmaal wl bewust mijn helmcamera aan, en ik heb geluk, een bevallige jongedame staat mij lief te woord en vraagt mijn toegangspas. Ditmaal woord n beeld! Eerste stopplaats is een afspanning in western stijl.

 

 

Ze serveren er net ontbijt, maar wij nemen enkel een koffie en Dafne twee muffins erbij. De bende van Johan en Fons duikt even later ook de gelagzaal binnen. We krijgen alles gratis van de uitbater. Het stond er toch allemaal nog na het ontbijt. Ik babbel even wat met hem. Hij vertrekt ook binnen twee jaar, in 2019, naar Vuurland met een minibus, samen met zijn 'husband'. Ze keren op dezelfde manier terug, maar dan langs Brazili.

Terug op de motor rijden we enkele kilometers, en stappen af voor een stevige wandeling naar de Boiling River. Warm water, z warm dat je je hand er niet kunt in houden, stort zich in de koude Yellowstone River.

 

 

Baders ploeteren wat rond in het dampend water, zoekend naar dt plaatsje waar beide stromen zich versmelten tot een watermassa die nt niet te koud is en nt niet te warm. In gans het park zijn vele interessante geothermale fenomenen waarneembaar, maar het mooist is toch de levende natuur. De rivier, de bergen, de canyons, de watervallen, de dieren. De beleving van een motorrit door dit unieke landschap zal mij nog heel lang bijblijven.

 

 

We rijden met de motor langsheen vele kleine kudden bisons, nmaal zelfs op een vijftal meter. Het is momenteel bronsttijd. De kalfjes zullen net na de winter in mei geboren worden.

 

 

Even na de middag picknicken we aan de Yellowstone River, zittend op een grote omgevallen boomstam.

 

 

Wat verder schittert het enorme Yellowstone Lake fijn kabbelend in de middagzon. Er komt bijna geen einde aan. Aan het uiteinde van het Yellowstone Park gaat de weg naar omhoog tot bijna 3000 meter, en we overschrijden alweer de Continental Divide. Ik zet vanaf hier op mijn eentje de rit verder door het Grand Teton National Park.

 

Ik bezoek onder andere een klein voormalig Mormonengehucht van begin vorige eeuw met zes huizen, totaal eenzaam in een enorme vlakte. Ze slaagden hier tientallen jaren lang te overleven tijdens de droge zomers en de barre winters, helemaal op zichzelf aangewezen. Ze bouwden er zelfs vernuftige irrigatiekanalen, die nu nog steeds functioneren.

 

 

Een tiental kilometer verder is nog een historische veerpont annex vanalles-winkeltje te bezichtigen. Deze is nog in goede staat en wordt als nationaal monument goed onderhouden, hoewel op het droge getrokken, en dus niet echt meer functioneel. Dit pontje was zo een 100 tot 150 jaar terug van vitaal belang voor de lokale bevolking.

 

 

Ik zet mijn weg verder en kom in een kilometerslange file terecht vr Jackson. Vermoedelijk dagjesmensen die terugkeren van een dagje parkbezoek. Heel behoedzaam doe ik iets wat hier in de US niet gebruikelijk is: ik steek met de motor voorzichtig de file voorbij, er op lettend geen doorlopende lijnen te overschrijden. Oef ! dat scheelt toch een uur nutteloos voortschuifelen. Voorbij Jackson, tot in Alpine, wordt ik gevolgd door een andere moto, die mooi mijn voorbeeldig rijgedrag volgt tot aan het hotel. Het blijkt Fons te zijn. Het is hier nog bijna 28 graden.

 

We gaan om acht uur allen samen gaan eten in het restaurant ter plaatse. Ik eet 'Kip Marsala' met wilde rijst.

 

Deze avond laat, bij het schrijven van de blog, merk ik dat ik twee maal vergeten heb de datum in de blog aan te passen, zodat ik twee dagen verkeerd was. Nu pas begrijp ik waarom ik de verjaardag van mijn dochter Audrey vergat.

 

Dag 14 (woensdag 23 augustus 2017):

Alpine US > Vernal US 450km

Overnachting in Vernal Ledgestone Hotel

 

Het is buiten mooi weer, maar toch fris. We zitten hier dan ook op 1700m. Het Amerikaans ontbijt, daarover kun je een heel boek met ergernissen vullen. Er is geen brood. Vruchtensap staat niet klaar, maar krijg je wel als je het vraagt, ineens met tien glazen tegelijk. Maar anderzijds is er wel overvloed aan gebakken spek, worstjes en gebakken aardappelen. En ook sinaasappelpartjes en watermeloenschijven.

 

Om 8 uur laten we Alpine achter ons. Het eerste deel van de rit gaat doorheen de frisse en mooie Hoback vallei. Rond tien uur bereiken we het dorpje Daniel. Na een koffie in het tankstation annex winkel annex gelagzaal, zetten we weer aan en rijden door het dorpje Daniel zelf.

 

 

Er staan met moeite tien huizen, waarvan sommige zeer oud en zeer pittoresk. Vijf kilometer verder, te midden de landerijen bevindt zich een kapelletje ter nagedachtenis van de allereerste mis die hier destijds in 1840 op de prairie in open lucht voor de 'First Nation People' (de Indianen) gehouden werd door de Mechelaar pater Pieter Jan Desmet. Dit luidde ook de kerstening in van deze volkeren, en de min of meer vreedzame onderhandelingen tussen overheid en deze lokale volkeren, met als resultaat de kolonisatie en vervolgens het ontstaan van Wyoming en Montana.

 

 

Het kapelletje is niks, maar de locatie is uniek: de grote uitgestrekte dorre prairie wordt hier doorsneden door een kleine groene vallei gevormd door de Green River en Horse Creek. De Green River is hier nog maar een heel klein riviertje, maar zal later op de dag en de komende dagen een groot deel van het uitzicht bepalen van wat we nog te zien krijgen. Je hebt van hier uit ook zicht op de Gannet Peak, met zijn 4200 m de hoogste piek van Wyoming.

 

 

We zetten onze weg verder naar het Zuiden op een hele brede hoogvlakte tussen twee bergruggen in, meer dan tweeduizend meter boven de zeespiegel. De weg lijkt hier eindeloos. Toch is er redelijk wat economische bedrijvigheid. We zien dra waarom: er is hier olie en gaswinning aan de gang, ondergebracht in vele kleine onopvallende installaties in schutkleur. Dit verklaart alvast het aan en af rijden van tankwagens. Het landschap is woestijnachtig, maar toch deels bedekt door kleine planten met mooie gele bloemen.

 

 

We picknicken aan de rand van de Green River, en ontmoeten er twee opvallend geklede oude dames. Het zijn zussen. Verna woont in Vernal, waar wij vandaag heen trekken, Minny woont in Minnesota. De beide plezante dames vertellen over hobby's en uitstappen, geven ons raad waarlangs we moeten rijden, en wat we moeten bezoeken, en komen daarna gewillig mee op de foto staan.

 

 

Verder naar het Zuiden is de Green River afgedamd, en vormt er een kunstmatig meer van ongeveer 150 km lang. Langs de weg ligt aan de westkant zien we een dood aangereden hertje. Nog wat verder houden we halt, en maken we kennis met Les Mayo, een langbehaarde magere Texaanse vijftiger op weg naar huis op een Kawasaki KLR650, een moto vergelijkbaar met mijn Transalp, maar met slechts n cylinder in plaats van twee. Hij heeft een weekje verlof genomen om de eclips mee te maken in Idaho.

 

 

Dan volgt het koninginnenstuk van de dag: een rit doorheen de Flaming Gorges, prachtig wit en rood gekleurde rotsformaties, weggesleten door de passage van de Green River tijdens de afgelopen miljoenen jaren.

 

 

Ik moet uiteindelijk nog overheen een bergpas doorheen een vreselijke plensbui. Net op het hoogste punt van de pas is de weg wit en glibberig, doordat er even voordien enkele karrevrachten hagel uit de hemel geloosd werden. Vr ik het hotel bereik ben ik alweer bijna poederdroog. Het is hier dan ook rond de 30 graden.

 

Na het opfrissen ga ik eten met Bert en Fons. Onderweg stappen we een pandjeshuis binnen, en laten ons uitleggen hoe dat werkt. Je kunt hier iets in pand geven voor een bedrag dat bepaald wordt door de uitbater. Elke maand moet de eigenaar een interest van 15% komen betalen. Doet hij dit niet, dan is hij zijn eigendom kwijt, en wordt het in de winkel te koop gesteld. Leo en Fons poseren even voor de foto met wat revolvers en een mitraillette. Vele mensen geven wapens in pand. Ze hopen die wel even te kunnen missen.

 

 

Eten, bloggen en slapen.

 

Dag 15 (donderdag 24 augustus 2017):

Vernal US > Moab US 390km(6000) 7u

Overnachting in Moab Big Horne Lodge

 

Goed uitgeslapen. Er is geen ontbijt voorzien in dit hotel. Ik ontbijt dus op mijn eigen kamer met wat proviand waar ik gisteren voor zorgde. Daardoor ben ik ook snel klaar en kan om 7u45 vertrekken. Er wacht mij een niet zo lange rit maar toch een gevuld programma.

 

Even na halfnegen kom ik aan in Dinosaur. Ik wil even binnenstappen in het Dinosaur Canyon Visitor Center. Ik ben wat te vroeg maar mag toch reeds binnen, en krijg wat uitleg over die lekker ruikende woestijnplanten met gele bloempjes die we gisteren zagen. Ik bekijk nog een kort filmpje over het Nationaal Park en zet mijn weg verder naar Rangely. Onderweg zie ik een grootschalige ontginning van olie of gas. De vele al dan niet verroeste buizen tonen aan dat dit hier reeds decennia aan de gang is.

 

Ik maak de oversteek naar het Zuiden via de mooie Douglaspas. Helemaal boven, op 2500 meter picknick ik met zicht op beide valleien.

 

 

Bij het afdalen zie ik Leo en Ellie staan aan de kant van de weg, zonder benzine. Leo heeft opzettelijk? zijn tank leeggereden om zijn reserve te kunnen opgebruiken, en dan nieuwe te kopen. Ik verlies Leo en Ellie al gauw weer uit het oog wanneer ze sneller gaan rijden.

 

 

Ik bezoek de spookstad Cisco. Dit stadje startte bijna 150 jaar terug met een saloon op de plaats waar de stoomtrein moest wachten om bijgevuld te worden met water. Toen de snelweg echter werd aangelegd tien kilometer noordwaarts kwam het verval. Binnenkort zal bijna niets meer zichtbaar zijn van de relieken van een typische Oude Westen stad.

 

 

Wat later kom ik aan in Arches National Park. Dit park is uniek in de wereld omwille van de kleuren, de vormen, en de texturen van het landschap. De enkele zichtbare stenen bogen zijn uiteindelijk bijzaak, hoewel ze door hun aantal (meer dan 2000) hun naam aan het park gegeven hebben.

 

 

Ik zet mijn bagage af in het hotel en vertrek direct weer voor de Shfertrail in het Canyonsland National Park. De anderen zijn al vertrokken. Ik heb tijd en hoef mij niet te haasten. Ik haal ze wel in want die zware motoren schieten niet op in dit rotsachtige landschap. Veel foto's, veel filmpjes, en een kudde hertjes. En vooral veel zwoegen en zweten. Een tegenligger met een VW-busje zegt dat de trail te moeilijk is voor zijn busje en rechtsomkeer gemaakt heeft terug. Middenin het traject, dat op en neer gaat, blijf ik plots met het voorwiel steken in een zandkuil. Ik kan het gewicht van de motor niet houden en laat hem omvallen. Het terug rechtop krijgen van de motor is geen sinecure. Ik raak uitgeput door mijn verwoede vruchteloze pogingen. Gelukkig wordt ik geholpen door een koppel dat in tegenovergestelde richting passeert met een 4X4. Ze vertellen mij dat ze zonet een kleine groep motards zagen passeren. Waren dat mijn compaeros? Ze helpen me mijn motor uit die zandbak te trekken tot op vaste ondergrond, en blijven mij dan even nastaren tot ze gerust zijn dat ik het verder weer alleen trek.

Op een paar punten heb ik prachtig uitzicht over de Horse Shoe Bend van de Colorado River, en wat later ook de Goose Neck. Het einde van de trail loopt uit in een smalle vallei met een dead end.

 

 

Hier komt het koninginnenstuk: een adembenemende klim over een smalle weg langs een steile bergwand. Ik ben blij dat ik dit traject niet in omgekeerde richting moet afleggen. Net vr ik de top bereik zie ik een klein zwart autootje de weg naar beneden nemen. Ik stop en zwaai hen toe om hen te waarschuwen voor de moeilijkheidsgraad van de trail, maar ze negeren mijn signaal en rijden verder naar beneden. Met dt autootje komen ze gegarandeerd vast te zitten in de zandbak of op uitstekende rotsen, en het wordt straks stilletjes aan avond.

 

Op de terugweg naar het hotel is er een prachtig schouwspel van onweer in de verte, een regenboog, en tegelijk de rode gloed van de laatste zonnestralen op het Arches National Park. Heel wat autos stoppen om het indrukwekkende natuurgebeuren gade te slaan. Ook ik heb het gefilmd en gefotografeerd.

 

 

Ik kan hier echter niet de ganse avond blijven, en zet weer aan. In de richting van het hotel is de hemel dreigend en in de verte tekenen zich duidelijk enorme regengordijnen tegen de horizon af.

 

 

Onder een zwarte hemel kom ik aan in het hotel met enkele druppels regenwater aan de buitenkant en vele liters zweet aan de binnenkant. Het is nog steeds meer dan dertig graden en heel doef.

Ik ga eten samen met de ganse groep. Ik heb geen honger maar het smaakt toch.

 

Dag 16 (vrijdag 25 augustus 2017):

Moab US > Bryce Canyon US 460km(6440) 8u

Overnachting in Bryce Canyon Bryce Pioneer Village

 

Om 6 uur opgestaan. Er is alweer geen ontbijt voorzien in dit hotel, dus stel ik er zelf eentje samen met alle restjes die ik nog heb, inclusief een appeltje. Ellie en Leo gaan vandaag wat later aanzetten, maar ze zullen mij wel inhalen. Ik rij zuidwaarts en zie Dafne passeren terwijl ik net een foto neem van een mooie stenen boog.

 

 

In Monticello stap ik een Visitor Center binnen, en laat mij door de dame aan de balie uitleggen waar ik vandaag benzine kan vinden, en welke wegen ik beter kan mijden. Ik bezoek ook nog het kleine museumpje, een mooie bric brac vol prullaria, ook heel wat quiltwerk, maar vooral een enorme verzameling (kranten)artikels betreffende kleurrijke figuren die hier de streek veilig en onveilig gemaakt hebben honderdvijftig jaar terug.

Ik ga weer naar buiten, en met de hulp van een andere bezoeker trek ik de motor op de middenbok om de ketting te smeren. De mensen vinden het leuk om zoiets gade te slaan, en om te horen van waar ik kom, en waar ik heen rij. Sommigen hebben geen benul waar Belgi ligt, maar Brussels, ja, dt kennen ze, evenals Holland, France, Germany.

Dan verder naar Blanding. Ik ga tanken en kom er Ellie en Leo, tegen. Tijd voor wat koffie en een babbel, en dan weer verder. Ik zie ze stilaan aan de horizon verdwijnen en zet mijn eigen gezapig tempo verder.

Aan Mule Canyon ontmoet ik een Amerikaan van 67 jaar op een BMW LT1200 slagschip. Hij maakt een dagtoertje vanuit zijn thuisbasis Durango en rijdt vanavond nog terug. Hij stuift uiteindelijk weg in korte mouwkes en een petje op het hoofd. Het is dan ook heel warm, bijna 40 graden. Een eenzame donderwolk brengt echter even wat verfrissing onder de vorm van dikke koude druppels. De temperatuur zakt onmiddellijk even met 15 graden. Heerlijk! Soms zie je de regen vallen in de verte, maar verdampen de druppels vr ze de grond kunnen bereiken.

 

Aan het Natural Bridges National Monument laat ik mij aan de balie uitleggen welke punten het interessantst zijn om te bezoeken. Er zijn hier een aantal natuurlijke rotsbruggen te zien waar het water destijds zijn weg onderdoor geschuurd heeft. Ik kies er drie uit. De eerste bekijk ik vanuit het viewpoint. De tweede brug ga ik deels tegemoet om een beter zicht te hebben.

 

 

Bij de derde ga ik helemaal beneden tot in de canyon, en tot onder de brug zelf. Nu terug naar boven, in motorpak n met helm onder de arm, n met veertig graden.

 

Nu volgt een lastige rit noordwaarts, warm, eindeloos, en dan nog op het knikkebollenuurtje. De uitzichten zijn echter fenomenaal, niet met woorden te beschrijven, en niet met apparatuur in camerabeelden te vatten. Ik zal het dan moeten doen met de herinnering aan deze beleving. Ik doorkruis een gebied vele malen groter dan Belgi, met een ongelooflijke variatie in landschappen, hoogtes varirend van 1500 tot meer dan 3000 meter, ultradroge steenwoestijnen en groene lommerrijke loofbossen of 'alpen'weiden met zwarte koeien die telkens verbaasd kijken als ze mijn Transalpje van het zwartrode ras zien passeren.

 

Halfweg is er echter toch een verpozing in Hanksville. Ik ga er tanken en mijn watervoorraad wat aanvullen. Het winkeltje is uitgehouwen in een enorme rots. Het is binnenin aangenaam koel. Ik moet moeite doen om water te vinden; Amerikanen drinken vooral zoete drankjes en bier, met liters, of nog beter, met gallons (3,6 liter).

 

 

In het Dixie National Forest is een pas van 3000 meter. De afdaling verloopt op een vers geasfalteerde kronkelende weg zonder vangrails steil naar beneden op een bergkam; aan weerszijden is er de afgrond naar beneden. Dit is adembenemend, deels in de ervarende maar vooral ook in de beangstigende betekenis van het woord. Ik overtuig mezelf dat ik dit machien onder mij meester ben, en werp mij slingerend naar beneden, zoals een bungeejump, maar dan over en weer in plaats van op en neer.

 

 

Pas om 20u kom ik veilig aan in het hotel.

 

 

Ik ontving via Dafne volgend bericht van Madelon uit Eureka:

 

Rijdt ene Alain uit Belgi ook met jullie mee? Zo ja, doe hem dan de groeten van Madelon uit Eureka, MT. Ik lees zijn blog met enthousiasme, maar kan niet ontdekken, waar ik voor hem een boodschap kan achter laten. Dus maar even zo.

Als hij niet met jullie mee rijdt, dan mijn excuses voor deze email.

Goede reis, veilige reis,

Madelon Martin

Eureka, MT, USA.

 

Ellie en Leo hebben ook een berichtje gestuurd: ze hebben de weg iets afgesneden en zitten al in het volgende etappe hotel in Page.

Ik ga onmiddellijk eten en ga daarna om tien uur wijselijk onder zeil.

 

Dag 17 (zaterdag 26 augustus 2017):

Bryce Canyon > Page US 330km

Overnachting Page BestWestern Plus at Lake Powel

 

Om 2 uur word ik wakker. Ik heb het warm. Ik voel mijn maag omkeren en weet onmiddellijk: geen Taco soep meer voor mij, hoe lekker ook. Ik drink wat water en val direct weer in slaap. Een paar uur later word ik wakker getuut door de berichtjes op mijn smartphone. Ik blijf nog een half uurtje soezen en sta om 5 uur op. Ik probeer een koffie te zetten, maar dat zal een werkje van lange adem worden, want er is hier maar 110 volt, en mijn kleine dompelaartje heeft wat meer poer nodig om vlot te werken. Het is het eenvoudigste motelkamertje dat ik tot nog toe had maar heel gezellig, en al gauw gevuld met de geur van verse oploskoffie en de tonen van een traag lief adagio van Mozart.

 

 

Gisteravond hebben we afgesproken om de Cottonwood Canyon Road niet te rijden, omdat een paar Duitsers gemeld hebben dat er teveel modder ligt. Ik mag er niet aan denken dat ik mijn vol beladen moto uit de modder zou moeten trekken. Dus gaat het wat kalmer: bezoek aan de Bryce Canyon en daarna op het gemak naar Page, waar dan hopelijk nog een halve dag rust overblijft.

 

Bij het ontbijt krijgen we te horen dat Johan zich te ziek voelt om vandaag te rijden. Hij zal een plaatselijke medische dienst contacteren. Dafne zal hem begeleiden. We hadden al iets vermoed toen hij gisteravond niet kwam eten. Hopelijk is hij er snel bovenop en kan hij zijn reis verder zetten en ons inhalen.

 

Na het karig ontbijt vertrek ik met Rob en Joke naar Bryce Canyon. Anders dan de naam doet vermoeden ligt Bryce Canyon Park niet in de diepte in een canyon, maar op een lange bergrichel met aan twee kanten diepe canyons. De weg loopt over 20 km steeds hoger op tot bijna 3000 meter. Tussen de bomen zien we ranke reetjes verbaasd kijken en vervolgens weglopen.

 

 

Hier en daar zijn parkings en uitzichtpunten waar je zowel de kleurrijke canyons in de dieperik ziet, als een enorm panorama hebt over bijna 100 km. Dan dezelfde weg helemaal terug, een andere invalshoek, een andere belichting, en dus een andere weg.

 

 

We gaan nog samen een koffie drinken, en dan zet ik vanaf hier mijn weg alleen verder. Rob en Joke willen nog een (grote) zijsprong maken naar de Noordrand van de Grand Canyon. Ik ga het vandaag kalm aan doen en hoop vroeg aan te komen in Page. Men voorspelt immers heel hoge temperaturen in de namiddag, en ik wil nog in form zijn voor een frisse duik in het zwembad van het hotel.

 

Langs een smalle weg doorheen de Red Canyon bereik ik de Long Valley, een lange groene brede vallei, afgeboord met stompe bergen, waardoorheen een smal riviertje meandert. Hier en daar is er wat bebossing, meestal dennen, maar even ook slanke hoge zilverberken.

 

 

Onderweg ontmoet ik de jonge Sara en Miles, zij op een nieuwe Guzzi, retromodel, hij op een Triumph betonzoener, die hij na een uitschuiver zelf in een pastel regenboogjasje gestoken heeft. Ze zijn van Los Angeles, hebben in Idaho de eclips bijgewoond, en zijn nu op weg naar huis.

 

 

Het wordt steeds warmer, vooral wanneer ik de groene vallei moet inruilen voor de wit, grijs en rode dorre steenwoestijn. In Kanab is een soort foor aan de gang. Lijkt interessant. Met ietwat pijn in het hart omwille van die verkeken kans om hier wat lokale boerenleute te aanschouwen rij ik toch verder. Het lijkt mij immers niet verstandig om in motorpak in die temperatuur die hele boulevard af te trotten.

 

Wonderwel blijf ik alert en fit, hoewel ik me te pletter zweet als ik ook maar durf te stoppen om wat te drinken. Het is dan ook bijna 40 graden warm. Aan de zuidkant van de Cottonwoord Canyon Road sla ik even af om de Trail eventjes te rijden. Wat een zandbak! Na vijftig meter maak ik rechtsomkeer en zet mijn weg verder naar Page, waar ik omstreeks 15 uur aankom.

 

 

Het openluchtzwembad is inderdaad fris en deugddoend. Ik beperk mij tot een half uurtje. De zon is hier immers bijzonder verzengend op deze grote hoogte.

 

 

Om 17 uur werk ik de blog nog wat bij. Het Het adagio van deze morgen lijkt eeuwen ver, net zoals de maker ervan. Langzaam druppelen de reisgenoten binnen. Dafne vertelt dat Johan aan een infuus ligt en morgen de groep plant te vervoegen in Flagstaff.

 

Leo en Ellie hebben gisteren na Blanding een afslag gemist, en zijn op die manier beland in de Valley of the Gods, en vervolgens in Monument Valley. Zij vreesden niet meer vr donker in Tropic (Bryce Canyon) te kunnen geraken, en zijn dan maar via Navajoland doorgereden naar Page, wat veel dichter was, en immers toch voorzien als volgende etappe. Ik ga samen met hen en Dafne eten bij de Mexicaan: Pollo con arroz, sin cebolla, por favor. De garcon komt mij al grappend serveren: 'con mucho cebolla!'. Heel erg zout, maar lekker, en, alweer, veel te veel.

 

Dag 18 (zondag 27 augustus 2017):

Page US > Flagstaff US 400km(6650)

Overnachting in Flagstaff Hotel Aspen Inn & Suites

 

Om vijf uur opgestaan na een goede nachtrust. Ik ben een goede slaper, en dat geldt zeker voor deze reis. Het inpakken gaat vlot. Ik krijg er routine in. Alles zit netjes op zijn plaats ingepakt, en vervolgens opgeladen op de motor. Ik heb deze reis wel wat meer bij dan op vorige reizen, Maar door de extra rolzak die ik dwars achter mij op de motor bind, moet ik nu niets meer samenpersen.

Om zes uur ga ik ontbijten. We verblijven in een hotel van de betere soort en het ontbijt is er dan ook naar: veel keuze en ruime hoeveelheden. Maar het brood blijft ondermaats. Het zal veel Amerikanen worst wezen, want ze eten geen brood: wel gebakken aardappelen, donuts, bagels of koekjes. Roosteren dan maar. Ik ben de eerste van de groep aan het ontbijt, en kan dan ook als n van de eersten vertrekken.

 

 

De temperaturen zijn 's morgens draaglijk: het is nog geen 25 graden. De rit door de steenwoestijn is als in een roadmovie. Onvoorstelbaar dat dit hele decor zich hier zo onder mijn motor afrolt, terwijl ik comfortabel op de motor de regie voer. Ik sla af naar Marble Canyon en stop wat later aan de brug over de Colorado River.

 

 

Dit is de laatste maal dat ik deze rivier zal kunnen oversteken: want vanaf hier zal ze zich nog veel dieper en wijder ingraven in het landschap. Ook Dafne heeft dit omweggetje uitgekozen om er enkele mooie fotos te maken. Langs de rand van de weg liggen enorme rotsblokken welke als knikkers de hellingen afgerold zijn.

 

 

Ik zet mijn weg voort naar het Zuiden. Midden deze woestijn leven de Navajo's in kleine bungalows of (sta)caravan's. Een modern kerkje geeft aan dat dat ook hier het missioneringswerk van eeuwen terug toch vruchten afgeworpen heeft, hoewel, zoals overal, oude gebruiken en riten nog wel in ere zullen gehouden worden.

 

Iedereen kent de Grand Canyon. Ook ik heb de afgelopen zestig jaar regelmatig beelden te zien gekregen van dit uniek natuurfenomeen. Toch roept elke nieuwe aanblik vanuit elk 'viewpoint' weer verwondering op. De overzijde bevindt zich op 20 30 kilometer, en de struise rivier welke ik een uurtje geleden nog tweemaal overstak is nu een zilveren of groenblauw lintje daar bijna twee kilometer in de diepte.

 

 

Ik ga deze rivier niet de ganse vierhonderd kilometer volgen. Een wegwijzer naar oude Indiaanse runen met bijbehorend museumpje lijken mij een welgekomen verpozing in al dit natuurgeweld. Er is hier aan beide randen van de Grand Canyon al meer dan tienduizend jaar menselijke aanwezigheid. Er was gn contact tussen de bewoners aan de noordzijde en deze aan de zuidzijde. Ze hadden dan ook een totaal verschillende cultuur. Hier aan de zuidzijde settelden ze zich en bouwden opmerkelijke huizen. Ze verbouwden onder andere mas en bonen met gewassen die net hetzelfde lijken als de hedendaagse.

 

Nu rest nog een honderd kilometer naar Flagstaff. Het zijn lastige kilometers. Ik stop dan ook heel vaak, drink, besprenkel mezelf, en heb korte ontmoetingen met een Nederlander, een paar Fransen, veel Amerikanen, en een Navajo met een lange kodde tot zijn broeksband.

 

 

Net vr Flagstaff, op een kilometerlange helling naar boven begint mijn motor te sputteren. Ik begin ng meer te zweten! Toch niet wr ontstekingsproblemen? Die zijn toch al 7000 kilometer achter de rug? Overschakelen op reserve blijkt de oplossing. De motor herpakt. Maar is die benzine n al op? Ik reed nog geen tweehonderd kilometer. Aan de benzinepomp net vr het hotel word ik gerustgesteld. Ik kan nog geen tien liter tanken. Door die steile helling zat de benzine achter in de tank, en kwamen de carburateurs droog te staan. Oef! Maar wel iets om rekening mee te houden in de toekomst.

 

Rond 16 uur kom ik aan in Flagstaff, aan de Route 66. Het motel is zeer lawaaierig, en dat voor een zondag. Er passeren voortdurend goederentreinen. Eindeloos lawaaierig. Ik neem de motor eens onder handen: olie controleren en bijvulllen. De Transalp heeft op die zevenduizend kilometer toch wel bijna een halve liter olie verbruikt. Dan nog ketting smeren, remblokjes controleren, en banden nazien. De voorband zal ik binnenkort moeten vervangen; Maar die had er reeds 21000 km opzitten bij aanvang van de reis, en ik sleur al meer dan twee weken een nieuwe mee.

 

Om zeven uur ga ik samen met Rob en Joke eten bij de Italiaan, drie kilometer verderop. Te voet door, eten, te voet terug, in het donker ditmaal, maar gelukkig al iets frisser. Ik ga onmiddellijk slapen. Het is nog maar halftien. De blog is dan maar voor later. Oordoppen in, licht uit, en Zoef...dromenland binnen.

 

Dag 19 (maandag 28 augustus 2017):

Flagstaff US > Tucson US 500km(7150) 8u

Overnachting in Tucson Best Western Royal Sun

 

Ik sta om vijf uur op zodat ik om halfzeven kan gaan ontbijten. Als je de dag vroeg begint neem je wat meer de ochtendfriste mee. Het ontbijtzaaltje is ingericht in Route 66 sfeer. Heel mooi en verzorgd. We worden geholpen door een vriendelijk Mexicaans koppel. Het ontbijt mag er zijn, maar dat zal wel voor een deel aan het decor liggen.

 

 

Om halfacht zetten we aan. Ikzelf volg de Route 66 tot Winslow, en buig dan af naar het Zuiden doorheen de bossen. Ellie en Leo nemen dezelfde route, maar volgens iets later. Eerst de Walnut Canyon: de rivier heeft zich hier door rotslagen van verschillende hardheid gegraven tot een diepe meanderende canyon, waar de opeenvolgende zachte en harde lagen duidelijk zichtbaar zijn. Hier heeft zich 13000 jaar geleden een groep mensen gevestigd. Ze hebben koele woningen uitgegraven in de zachte lagen, met de harde lagen als dak. Het waren dus een soort rotswoningen. Ze hebben zich hier duizenden jaren kunnen handhaven, en leefden van de pluk, de jacht, en van eenvoudige landbouw. Ze bereikten zo een duizend jaar geleden zelfs een populatie van 400. Ook zijn bovenaan op het plateau diverse gebouwen aangetroffen, opgebouwd uit rotsstenen, met de vorm van adobe-woningen, en vermoedelijke ingang langs een opening in het dak. Verder archeologisch onderzoek wordt tegengehouden door gebrek aan fondsen, maar vooral door verzet van de oorspronkelijk bewoners, die alles onder de grond beschouwen als begraven, en iets wat dus onaangeroerd moet blijven.

 

 

Ik kom weer op de Route 66 en zie daar enkele relieken van de oude route zelf, want deze is hier vervangen door een snelweg. Zo zijn er Two Arrows, Two Gun's, en Meteor City. Deze laatste heeft zijn naam niet gestolen, want even verder is hier een enorme meteoor neergestort.

 

 

Ik bezoek de meteoorkrater, en kom er Ellie en Leo tegen, die net het bezoek achter de rug hebben en weer verder rijden. Het is al meer dan 30 graden warm.

 

 

De krater is gevormd door een nikkelijzermeteoriet. De inslag van de meteoriet gebeurde zo'n 50.000 jaar geleden. Onderzoekers schatten dat de meteoriet die hier neerkwam een diameter van ongeveer 50 m had en 300.000 ton woog. Hij sloeg in met een snelheid van 18 km/s. De krater ca. 1300 meter in diameter en ongeveer 170 meter diep. De kraterrand ligt 30 meter boven de omringende vlakte. De meteoriet verdampte tijdens de inslag. Een hele mooie krater om te bekijken!

 

 

Uiteindelijk beland ik in Winslow, welke eenieder van mijn leeftijd kent zonder het te weten, want wie kent er niet het liedje 'Take it easy' van de Eagles:

 

Well, I'm a standing on a corner in Winslow, Arizona and such a fine sight to see.

It's a girl, my Lord, in a flatbed Ford slowin' down to take a look at me.

 

 

Dit is een iconische plaats. Er is een af en aankomen van toeristen die plaatjes komen schieten. Het winkeltje rechtover op een andere hoek verkoop Eagles-memorabilia, en draait loeihard hun muziek. Indachtig de titel van het liedje neem ik enkele foto's, en ga dan op mijn gemakje een koffietje drinken op de andere hoek, vanwaar ik de hele va et vient kan gadeslaan.

 

 

Ik stap weer op en stuur mijn Rossinant richting Zuiden, eerst door een dorre warme vlakte, maar daarna door een aangenaam koel bos met redelijk hoge bomen, waar ik slecht 27 graden opteken.

 

 

 

Dit blijft echter niet duren en plots beland ik in een heel ander bos: het Tonto National Forest, waar de schaarsere en lagere begroeiing doorspekt wordt met enorme cactussen, die hun armen de lucht insteken, smekend om regen. Die zullen ze misschien wel krijgen, maar daar is het te vroeg voor. De temperatuur loopt op tot 42 graden, en dat zal zo bijna de hele dag blijven. Nochtans blijf ik me goed voelen, drink regelmatig, en bezoek alles wat ik kan. Er is vandaag geen knikkebollen bij.

 

 

Langs de revue passeren de President Roosevelt dam, de Salt River doorheen een canyon richting de Apache Lake, en dan Tonto National Monument. Ook hier zijn overhangende kliffen boven zachte steenlagen, waar mensen woningen in gegraven hebben. De Park Ranger zegt mij dat ik veel regen en onweer mag verwachten op weg naar Tucson. Het is ondertussen 16u gepasseerd, dus ik zet aan en besluit nergens meer te stoppen. Aanvankelijk denk ik dat die man overdreven heeft. Maar al gauw zie ik rondom mij warmte-onweders ontstaan. Ik heb geluk en slaag tussen twee enorme vlagen links en rechts door te rijden. Heel even krijg ik toch nog de volle laag, maar blijf dan even een kwartiertje wachten tot het onweer verder getrokken is. Dan heb ik geluk, en rij traag achter dit onweer aan, telkens wat vertragend als ik teveel druppels op mij voel vallen. Even voor Tucson zie ik dan plots toch nog een regengordijn in mijn spiegels op mij afkomen, en versnel wat, binnen de wettelijke limieten welteverstaan. Ik kom droog aan in het hotel, en kan even later als eerste aanschuiven aan het diner, waar we met zijn allen verzameld zijn om wat afspraken te maken voor de komende dagen.

Ik bestel een soepje en een slaatje, maar wanneer ik de biefstuk van Bert en Fons zie, bestel ik mij er gelijk ook n. Lekker !!

Ik ga omstreeks tien uur slapen. Oordoppen zal ik niet nodig hebben, hoewel het hotel hierin voorzien heeft. Ik slaap onmiddellijk in.

 

Dag 20 (dinsdag 29 augustus 2017):

Rustdag Tucson

Overnachting in Tucson Best Western Royal Sun

 

Vannacht toch even wakker geworden omdat ik het te warm had. Direct weer ingeslapen. Geen last gehad van de uitgebreide maaltijd. Straks gaan we met zijn allen behalve Rob Veerman voor motoronderhoud naar een BMW motorzaak in de buurt.

Eerst toch nog even een duikje in het zwembad. Het water is erg warm, en ik beperk mij tot een kwartiertje rondjes zwemmen. Gelukkig, want ik voel even later aan mijn spieren dat ik dit niet gewoon ben. Voorzichtig opbouwen!

Het ontbijt is op zijn Russisch (of is dit Mexicaans?), maar hier met tien verschillende mogelijkheden. Verzorgd en lekker, maar beperkt tot wat ze serveren.

 

Om halfnegen vertrekken we samen voor het motoronderhoud. Ik moet enkel een band laten wisselen. Het onderhoud van de transalp moet nu nog niet, is beperkt tot een oliewissel, en laat ik wel ergens onderweg doen (Panama of Cartagena). Mijn motortje heeft ook wel wat meer liefde nodig dan hetgeen hier in deze kille dollar slorpende garage aangeboden wordt. Gelukkig kan ik ondertussen wat aan de blog werken, want om 12u30 zit ik hier nog steeds, en hebben ze nog maar 3 motoren afgewerkt. Er is wel voorzien in koffie en zoete vette koeken. Ik eet er n van, en weet onmiddellijk dat ik voor deze avond laat aan geen eten meer zal denken. Even later krijg ik toch het bericht dat mijn band er op ligt. De oude band zonder tanden is vervangen door n met haar op zijn tanden.

 

 

Ik moet ook nog een laswerkje laten uitvoeren. Zelfde probleem van vorig jaar: de kofferbevestiging rechts. In de BMW garage willen ze dit wel doen voor 200 dollar, maar ik laat mij niet pluimen. Ergens anders hier in Tucson zal dat wel goedkoper zijn. Bij een carrosseriebedrijfje mag ik het stuk achterlaten, en ze zullen het wel herstellen als ze tijd hebben. Ik zie echter dat daar op het bureau alleen al vier mensen zitten die enkel zitten te babbelen met elkaar. Die hebben het duidelijk te druk om mijn laswerkje te verrichten, en ik stap op. Ik vind even verder een zaakje van sierpoorten in metaal: bij Ramon. Als die niet kunnen lassen! Ramon komt mij onmiddellijk vriendelijk begroeten. Hij gaat het zaakje even bekijken, maar er is niet veel bekijken aan. Vijf seconden later is hij er reeds een versterkingsplaatje aan het oplassen. Ik babbel wat met n van de arbeiders die zich komt verfrissen met een glas water. In een mum van tijd komt nog een andere collega met het herstelde stuk. Ik betaal nog geen tiende van hetgeen ze mij in de BMW-garage wilden aanrekenen. Het hele team wordt er bij geroepen en gaat lachend op de foto:

 

 

Nu eerst wat bekomen en bloggen in mijn hotelkamer. Wanneer ik een beetje afgekoeld ben, ga ik weer op stap, te voet ditmaal, naar de musea op de universiteitscampus en paar kilometer verderop. De musea zijn reeds dicht, maar het is toch mooi hoe ze hier al die (hoge)scholen en universiteit hier samengebracht hebben. Aansluitend bezoek ik de oude binnenstad, met nog vele kleurrijke, niet altijd even historische, gevels.

 

 

De lawaaierige goederentreinen passeren ook hier frequent, en zetten nog eens hun stoomfluit aan bij het naderen van de centraal station. Mooi en leuk allemaal, en wanneer het begint te schemeren keer ik terug naar het hotel, waar de anderen zich klaarmaken om te gaan eten. Ik hoor dat de laatsten slechts rond 16u teruggekomen zijn van het motoronderhoud. We gaan terug eten in de cantina van het hotel: een slaatje, gevolgd door kip Marsala met rijst en groene asparagus.

 

Dag 21 (woensdag 30 augustus 2017):

Tucson US > Tombstone US 225km(7350)

Overnachting in Tombstone Landmark Lookout Lodge

 

Weer verder zuidwaarts. Er wacht slechts een korte rit, maar onderweg is wel wat op te pikken, en onze eindbestemming zal ook kleurrijk zijn.

De spoorweg bevindt zich op ruim een kilometer hier vandaan, maar enkele keren per uur hoor ik tot hier de waarschuwingssignalen en het gebulder van de enorme goederentreinen. Een enorm land, en erg afhankelijk van de goederenvervoer over spoor. Gelukkig is mijn slaap niet verstoord geweest.

Als ontbijt neem ik hetzelfde als gisteren: twee paardenogen, gebakken buikschotel, toastjes en confituur.

 

Ik verlaat de drukte van Tucson en ruil deze in voor de relatieve kalmte en vooral de groene omgeving van Green Valley, recht naar het Zuiden.

 

 

Mission San Xavier del Bac. Ooit was dit de meest Noordelijke nederzetting van het grote Spaanse keizerrijk in Amerika. Nu is deze missie eigendom van de Tohono O'odham stam maar word in stand gehouden door donaties van welstellende mensen uit Tucson. De kerk wordt gerestaureerd. Er zijn mooie beelden, muur- en plafondschilderingen en een prachtige coloriet, welke ik bij ons nooit eerder zag. In het kleine gratis museum naast de kerk knoop ik een gesprek aan met de twee lieve jonge mensen aan de balie, Miguel en Monica, beiden duidelijk van Mexicaanse oorsprong. Het gesprek verloopt in het Engels en het Spaans kriskras door elkaar, want beiden zijn het Engels niet zo goed meester, en ik niet het Spaans. Ik krijg te horen dat deze missie, net zoals heel veel andere, gesticht is door de Jezueten. Ze hadden succes met de kerstening en met onderwijs, maar niet met het uitroeien van de heidense gebruiken. De Jezuetenorde werd eind de 18e eeuw verboden door de koning, alle Jezueten afgevoerd en gevangen gezet, en vervangen door Franciscanen. Deze zouden er beter in slagen de bevolking dom te houden, en ze aansporen tot meer bereidwilligheid bij de ontginning van de bodemschatten. Nu wonen hier nog meer dan tien Franciscanessen, zowel jonge als oude. Monica stelt voor om mij bij de nonnen te introduceren, maar ik wijs dit vriendelijk af. Ze wil zelf niet op de foto, maar neemt dan een foto van Miguel en mij.

 

 

Monica vraagt om de stempels in mijn paspoort te mogen zien. Haar ogen schitteren. Ze droomt ervan om zelf ooit eens naar Santiago de Compostela in Spanje te gaan.

 

 

Ik zet mijn wandeling verder. Het schooltje naast kerk en klooster is gesloten wegens restauratie.

 

Ik rij nu naar het Zuiden tot Sahuarita. Titan Missile Museum.

 

 

Alle Titan-kernraketten, en dat waren er heel wat, werden zo een dertig jaar terug, in uitvoering van een akkoord met de Russen, afgevoerd en de silo's van waar uit ze konden afgeschoten worden werden vernield. Alle, behalve n, hier, waar van de site een museum werd gemaakt. De silo telt 9 verdiepingen onder de grond, en is te bezoeken onder begeleiding. Ik beperk mij tot een bezoek aan het museumpje, en kruip weer op mijn eigen raket.

 

 

Volgende statie is het Mission San Jos de Tumacacori and Tumacacori museum: dit is gelegen op een groot domein. Het is uitgeroepen tot Nationaal Park waardoor ik met mijn pas binnen kan zonder opnieuw te betalen. Hier is de omkadering heel wat beter georganiseerd. Het personeel is heel vriendelijk, en bereid tot een woordje uitleg. Er is een halve patio, mooi geschilderd in lavendelblauw en bremgeel, beide wat verschenen, maar toch met duidelijke verwijzing naar de Spaanse roots. Ik voel mij hier onmiddellijk thuis. De kerk is al tweehonderd jaar rune, maar wordt gerestaureerd. Ook het kerkhofje is totaal vervallen; het werd meer dan honderd jaar als wei gebruikt. Ik zie een aantal arbeiders met een ingenieur: ze bespreken de nieuwe pleisterlaag die op de muren van de kerk dient aangebracht: een mengsel van zand en kalk. Ik loop een deel van het domein af en kom in de boomgaard terecht welke deels heraangelegd is: onder andere een hele rij kweepeerbomen. Ik sluit af met het museumbezoek, wat veeleer een reis door de tijd in afbeeldingen is, dan zozeer een etalage van oude (kunst)voorwerpen. Ook hier wordt de afvoering van de Jezueten in beeld gebracht, samen met de komst van de Franciskanen.

 

Ik rij weer verder en zoek vergeefs een cafeetje om te bekomen van de extreme warmte. Net voor Nogales, waar de Mexicaanse grens is, sla ik naar links af, en rij doorheen een klein ruw rotsgebergte, langsheen een kleine lieflijk groene vallei. Dit brengt mij via de East Patagonia Highway in het dorpje Patagonia, een afgelegen gat met nog geen duizend inwoners.

 

 

Aan de Wagon Wheel Saloon stap ik, ga binnen en bestel een slaatje met kip. Ik zit alleen. De plaatselijke Marshall (lokale politie) komt er ook eten. We raken aan de praat. Hij heeft frietjes besteld. Ze zien er zo lekker uit dat ik ook een portie bestel. Inderdaad heel lekker! Marshall Joe ( zo heet hij) zegt dat dit het beste restaurant uit de buurt is. Hij heeft vroeger nog twee voltijdse jobs tegelijk gehad: Marshall, n cipier in een State Prison. Dat was teveel. Nu heeft hij een rustiger leven, hoewel ze hem ook niet gerust laten, want hij wordt voortdurend opgebeld. Na het eten moet hij weer aan de slag. Ik vraag of hij met mij op de foto wil. En zo geschiedt.

 

Wanneer ik wil gaan afrekenen blijkt dat Marshall Joe mijn lunch reeds betaald heeft.

 

 

Ik rij doorheen een zacht glooiende vlakte met hier en daar kleine oude bergen. Veel groen veel graslanden. Dit is naar verluidt ook een wijnstreek, maar ik zie slechts een wijngaard van ongeveer een hectare. Aangekomen in Tombstone, ben ik moe van het middageten en de warmte. Na een klein dutje ga ik het stadje bezoeken. Er loopt bijna niemand rond; de winkeltjes zijn of gaan dicht. Is het stadje over zijn hoogtepunt heen of is het laagseizoen?

 

 

Dan toch nog een bezoekje aan een oud kerkhof: het Boothill Graveyard.

 

 

Nogal een toeristisch gedoe natuurlijk, maar hier en daar toch leuk. Het heuveltje werd gebruikt als kerkhof gedurende de eerste zes jaar van het bestaan van het stadje, en de laatste levensdagen van de mensen die het bevolken, zijn wel vaak tekenend voor de woelige tijden die zo een gemeenschap bij haar ontstaan meemaakte. De meesten stierven op enigerlei wijze een gewelddadige dood, zij het doodgeschoten, opgehangen, overreden door een wagon, vergiftigd, in conflicten met Indianen. Ook ziekte en onsuccesvolle medische behandelingen droegen hun steentje bij.

 

 

Een kwartiertje zwemmen doet deugd, maar is voldoende. Het water is aangenaam fris. Dan gaan we eten met de ganse groep in het centrum van Tombstone. We kiezen voor het Crystal Palace. Het dienstertje, of is het de bazin (?), loopt vlot heen en weer, haar ranke lijfje ingeregen in een French Cancan outfit. Niet enkel haar borsten puilen wat naar buiten, maar ook de ogen van de mannen uit ons gezelschap. Op het einde van de avond vraag ik haar of ik een foto van haar mag maken. Ze doet dit met het nodige enthousiasme, en ze gaat uit haar dak als ik haar vertel dat dit op de blog komt, en ze morgen beroemd zal zijn in gans Europa. Ik vraag haar of ik haar in de blog Crystal mag noemen; ze vindt dit leuk want haar moeder noemde ook zo.

 

 

De internetverbinding van het hotel is stuk. De blog zal dus een dagje later online worden gezet.

 

Dag 22 (donderdag 31 augustus 2017):

Tombstone US > Nuevo Casas Grandes MEX 300km 6u

Nuevo Casas Grandes Hotel Hacienda

 

We gaan vandaag vroeg vertrekken om tijdig bij de Mexicaanse douane aan te komen, en de files voor te zijn. Dus vroeg ontbijt, en rond 7u30 zetten we aan. We komen aan in Douglas en gaan dan de grens over naar Agua Prieta.

 

Gerelateerde afbeelding

 

De passage over de grenslijn gaat vanzelf, maar dan moeten we nog onze papieren laten in orde brengen. Hiervoor parkeren we de motos achter het douanegebouw en gaan dan binnen. We zijn zo goed als de eersten om van het ene loketje naar het andere te kunnen doorschuiven om dan enkele uren later het gebouwtje te kunnen verlaten met de gegeerde documenten en stempels. Sneller kn niet ! De twee oude motootjes leveren nog wel even problemen op omdat het (te lange)? chassisnummer moeilijk in de computer over te nemen is.

 

De grensstreek is een niet zo veilige buurt, en we spreken af om in groep tot diep het binnenland in te rijden. Die instructies tot groepvorming blijken al gauw loze woorden, wanneer de eersten, inclusief de reisleiding, wegstuiven en naar de achterkomers niet meer omzien. Een chte leider zorgt er nochtans voor dat de laatste mee is. Hij veronderstelt dat niemand hm voorbijsteekt, maar zorgt dat hij zelf zodanig vertraagt dat ook de laatste mee is. Z een leider hebben wij in deze karavaan echter niet aan boord. Een prachtige streek, een volle honderdvijftig kilometer. Eerst een vlakke rechte weg, gevolgd door een bergketentje dat de grens vormt tussen Sonora en Chihuahua. Hier gaat het over bergen en dalen, tussen vrachtwagens, en langsheen zandstoffige wegenwerken. Dan buigt de weg zuidoostwaarts af doorheen een grote droge vlakte. Op gans het desolate traject woont niemand en is ook geen benzine te verkrijgen.

 

 

Dan toch net vr Janos een proper restaurantje tegengekomen, Mariscos Lolos, waar Hans een kommetje mayonaise laat omvallen, en waar even later Hans motor op mysterieuze wijze in het zand bijt, terwijl we allen binnen zitten te eten.

 

 

In het centrum van het dorpje kunnen we tanken. Drie kwartier later komen we veilig aan in Nuevo Casas Grandes in Mexico. Ik ga mij snel wat opfrissen, en ga dan naar de archeologische site van Paquime hier in de buurt in het oude Casas Grandes. Alles is echter gesloten, want het is reeds 17u. Door de grensovergang zijn we weer overgeschakeld naar een andere tijdszone, en ben ik een uur kwijt. Het oude Casas Grandes is echter wel mooi om er eens te passeren. Het toont oude gebouwen, en mist het schreeuwerige Amerikaanse wat je vaak aantreft in nieuwe snelgroeiende agglomeraties.

 

Om 20u gezamenlijk diner. Mexican hot food: voor iedereen is hetzelfde menu besteld. Pikante voeding is nu niet echt een toppunt van culinaire kunst. Je verdoezelt er wel je onvermogen mee om iets lekkers te bereiden, evenals de lage kwaliteit van de gebruikte grondstoffen. Ik pik het weinige voor mij eetbare er uit en laat drie vierden onaangeroerd. Heel wat reisgenoten laten ook een nog half gevuld bord staan.

 

Na het eten wordt nog wat nagekaart. Een bestelling van een flesje wijn blijkt een probleem omdat het restaurant niet over een kurketrekker beschikt. Gelukkig weet Ellie raad, en gaat er n op haar kamer halen. Na het eten wordt nog wat nagekaart op de veranda vr de kamers. Er zitten hier echter veel muggen, en van dt gezelschap hou ik niet erg.